De oorsprong van de Maine Coon

 

 

Zoals de naam het eigenlijk al zegt vindt de Maine Coon zijn oorsprong in Maine, een staat in Noord-Amerika. Hier werden de katten vaak op boerderijen aangetroffen. Vroeger werd onterecht gedacht dat de Maine Coon een kruising was van een kat met een wasbeer, racCOON in het engels. Dit is niet het geval en zo bestaan er nog veel meer fabels over hoe de Maine Coon zou zijn ontstaan. Waarschijnlijk is de Maine Coon ontstaan doordat zeelieden halflanghaar katten (denk bv aan de Pers en of de Noorse Boskat) meebrachten op hun tocht naar Maine. In Maine plantten ze zich voort met de katten die er al leefden en kregen halflanghaar katten, een evolutionair voordeel door het strenge klimaat in Maine. Het kattenras overleefde door het instinct om muizen te vangen, dit zie je nu nog steeds terug!

In Amerika werden vroeger countryfairs en lokale jaarmarkten georganiseerd waar boerenfamilies in competitieverband hun mooiste vee en gewassen konden vertonen. Ook de mooiste Maine Coons werden meegenomen en vol trots aan het publiek geshowt. In 1878 maakte de Maine Coon zijn echte debuut op een officiële kattententoonstelling. Het publiek raakte geïnteresseerd waardoor het ras in opkomst kwam. Dit duurde echter niet lang, het ras dreigde zelfs uit te sterven. Een kleine groep liefhebbers heeft de Maine Coon van de ondergang weten te redden. Zij stelden een rasstandaard op en spanden zich samen in om het ras erkend te krijgen bij de Amerikaanse verenigingen

In 1967 werd het ras erkend door de American Cat Asociation. Pas in 1976 erkend ook de grootste Amerikaanse overkoepelende kattenvereniging, de Cat Fanciers Association (CFA) het ras waardoor de Maine Coon in Amerika definitief op de kaart stond.  In 1982 wordt de Maine Coon door de FiFé (Federation internationale Feline), de internationale kattenfederatie als ras erkent, waarna in 1983 de eerste Maine Coons naar Nederland kwamen. De Maine Coon is dus nog maar relatief kort in Europa. In 1990 wordt vanuit de kattenvereniging Felikat een speciale rasclub voor Maine Coon liefhebbers opgericht.

Volgens de rasstandaard heeft de Maine Coon een rechthoekige lichaamsvorm. De kop is iets langer dan hij breed is, met een licht hol profiel. De romp is lang en de kat heeft een brede borst. De borstelige staart is minstens zo lang als de romp. De ogen zijn groot en rond. Maine Coons komen voor in veel kleuren (niet Chocolade, Lavendel, Amber, Caramel, Chinchilla, Kaneel) en in alle tekeningen behalve Pointed. Ook is de oogkleur gevarieerd, van groen, groen-oranje tot blauw en ongelijk (een blauw en een oranje oog) Dit mag alleen bij witte en tweekleurige Maine Coons.

De middellange laag van de vacht is dicht, waterafstotend en beschermt tegen vocht en sneeuw. Het is iets korter op de rug en nek. De lange borstelige staart beschermt de opgerolde kat tegen wind en kou. De oren zijn aan de binnenkant zwaar behaard en aan de uiteinden zie je de karakteristieke lynx-pluimpjes. De grote, ronde poten werken in de winter als sneeuwschoenen zodat de kat zich makkelijk kan verplaatsen zonder in de sneeuw weg te zakken.

 

De afgelopen jaren is er een "trend"' gaande:  de uiterlijke kenmerken van de Maine Coon worden meer en meer uitvergroot, op het extreme af. Denk aan extreem grote oren (met bijbehorende grote pluimen), extreem grote lichaamsbouw (XXL) enz. Deze extreme katten zie je veel voorbij komen op social media en daardoor denken veel mensen dat de Maine Coon er zo uit hoort te zien.

Wij gaan niet mee met deze trend omdat het ons inziens niet ten goede komt aan het ras. Niet alles wat modern is is beter dan hoe het vroeger was. Wij zijn van mening dat het oorspronkelijke type, zoals deze term al zegt, is zoals het ras van origine hoort te zijn